Everything Dries Up

22 september 2010

“Liefje, ik zit opgesloten op het balkon”

Gearchiveerd onder: Uncategorized — ddries @ 2:47 pm

Het had niet veel gescheeld of fase 3 van het burenrampenplan was afgekondigd.

Heden werk ik in Duitsland, of toch halftijds. Dat wil niet zeggen dat ik slechts de helft van de dag werk – dat is sowieso het geval – maar dat ik slechts de helft van de tijd in Duitsland vertoef. De andere tijd verblijf ik nog steeds aan de oudste universiteit der Lage Landen.

Speciaal voor mijn eerste dag hadden ze hier de Duitse minister van Begroting uitgenodigd. Volgens de organisatoren waren er 400 aanwezigen, de politie bleef buiten wachten en hield bijgevolg geen tellingen.

Even had ik gedacht om mijn entree te maken zoals gestelde lichamen dat hier doen. Door de middengang schrijdend, en ondertussen willekeurig links en rechts knikkend. Ik hield me in en zette mij onzichtbaar achteraan. Ik had me per slot van rekening ook niet ingeschreven voor het event.

De minister van Begroting kreeg een marsepeinen spaarvarken als verjaardagsgeschenk. Een knipoog, dat had u meteen door, naar de besparingen die overal in Europa op til staan. Mijn welkomstgeschenk eerder op de dag moest voor het zwijn niet onderdoen. Ik kreeg vier bureaus toegewezen, weliswaar sequentieel.

Over zijn toespraak kan ik kort zijn. Ten eerste zijn de Duitsers goed bezig. Ten tweede moeten de banken meer belastingen betalen. En in tegenstelling wat u zou denken, zijn er maar twee landen in Europa: Duitsland en Frankrijk.

Deze wijze woorden overpeinzend, kwam ik thuis. Tot mijn verbazing trof ik er enkel het vrolijke hondje aan. Nochtans stonden de lichten en de oven aan, wat deed vermoeden dat N. ook thuis was.

Na controle van alle vertrekken, moest ik echter het tegenovergestelde besluiten, en bij het vinden van een lauwe lasagne in de oven, voelde zelfs mijn eksteroog dat er iets loos was.

Ik diepte mijn gsm op, en warempel, daar stond “Liefje, ik zit opgesloten op het balkon. Kom je me redden?” Ik snelde aldus naar het terras, waar behalve enkele tuinmeubels niets te vinden was. Angstig keek ik naar beneden, maar ook daar was niets of niemand te bespeuren, zelfs geen tuinmeubels.

Rampscenario’s spookten door mijn hoofd, maar die werden snel uitgewist toen ik bij onze buren aanbelde. Jawel hoor, daar kwam N. tevoorschijn. Na drie uur wachten, was ze over een dak en twee omheiningen geklauterd, en vervolgens binnengelaten door onze buren.

Eerst had ze nog een vluchtroute door middel van een sprongetje overwogen, maar die poging werd onderschept door de schuinonderbuurvrouw. Meteen werd fase 1 van het burenrampenplan afgekondigd: de buren naast ons werden verwittigd, en een gsm werd over een muurtje gehesen om mij te kunnen bereiken – wat uiteindelijk niet lukte. Daaropvolgend trad fase 2 in werking: de buurvrouw schuinboven begon ter plekke Duitse cakejes te bakken, want na twee uur op het balkon zou N. wel eens kunnen verhongeren.

Het had niet veel gescheeld, of ze hadden fase 3 van het plan gelanceerd: de brandweer. Zo ver kwam het gelukkig niet, maar een dekentje werd wel nog over de muur gegooid. Tegen de koude, wel te verstaan, niet als vluchtmiddel.

Zodra N. in veilige handen was, brachten we het dekentje terug naar onze schuinonderbuurvrouw. Na het obligate vreugdedansje werden we uitgenodigd om ééntje te drinken, wat we uiteraard niet durfden afslaan. We klonken op de redding en op mijn eerste werkdag en dronken cognac alsof het icetea was.

Nadat een Babylonische spraakverwarring opgelost was (Genf (Geneve) is niet gelijk aan Gent!), trokken we huiswaarts, alwaar het vrolijke hondje nog steeds de wacht hield.

Al bij al was het een rustige eerste dag, hier in Duitsland.

8 september 2010

Vijfduizend euro en nog wat debiele vogeltjes

Gearchiveerd onder: Uncategorized — ddries @ 8:07 am

Als u vandaag nog geen spannend avontuur beleefd hebt, dan raad ik u aan om even bij De Post binnen te springen.

Vriendin C. ging laatst doodgewoon vijfduizend driehonderd en een klets euro’s halen in het postkantoor. Een milde gift van de Vadertje Staat omdat C. zo vriendelijk was om te veel belastingen te betalen.

Nu ja, zo doodgewoon is dat nu ook weer niet, maar de vrienden van de fiscus bieden slechts twee mogelijkheden. Of u haalt het cash op in het postkantoor. Of u vult een resem papieren in en maakt wat kopietjes van de nodige documenten. Omdat u bij die laatste mogelijkheid toch ook in het postkantoor moet zijn om postzegels in te slaan, is de keuze snel gemaakt.

Als de postbode haar het briefje brengt waarop staat dat ze de niet zo ronde som mag gaan afhalen, haast ze zich meteen naar waar het briefje vandaan komt. Je weet maar nooit dat de Belgische schatkist net dié middag leeg zou raken.

In het postkantoor aangekomen trekt ze een nummertje, maar ze is niet de enige die aan de tombola deelneemt. Vermoedelijk heeft De Post weer een reeks postzegels met debiele vogeltjes uitgegeven, want het is aanschuiven geblazen.

Wanneer C. eindelijk aan de beurt is, schuift ze subtiel het briefje over de comptoir van loket nummer één. Alsof ze in de apotheker stond, om een middeltje te halen voor de syfilis van haar man. De dame achter de comptoir kijkt enigzins verbaasd, niet zozeer omwille van het hoge bedrag, maar omdat ze de eerste is die die middag géén postzegels met debiele vogeltjes moet hebben. “Ja, maar zoveel heb ik niet,” mompelt de dame enigszins bedeesd.

Haar stem verheffen kan ze nochtans als de beste. Boven haar hoofd wapperend met het briefje, trekt ze de aandacht van haar collega aan loket nummer zeven. “DIE MADAM MOET HIER VIJFDUIZEND DRIEHONDERD EN EEN KLETS EURO’S HEBBEN.” En vervolgens geheel overbodig tot C., die nochtans niet aan beginnende, laat staan aan eindigende, doofheid lijdt, “u wordt verder geholpen aan loket nummer zeven”.

Op haar beurt enigszins bedeesd baant C. zich een weg tussen de horden filatelisten. Gelukkig wordt ze gerustgesteld door de begrijpende blik van een hoogbejaarde dame. Haar man zaliger heeft vast ook nog syfilis gehad, in de tijd toen daar nog geen middeltjes voor bestonden.

“Bij welke bank heeft u een rekening, mevrouw?” vraagt de loketbediende, duidelijk geamuseerd dat híj nu de macht heeft om een transactie van meer dan tweehonderdduizend Belgische franken in goede banen te leiden. C. noemt één van de grootbanken die ondanks de aanwezigheid van een ex-premier in het bestuur vorig jaar ei zo na op de fles ging. “En heeft u daar een spaarrekening?” C. antwoordt bevestigend. “En hoeveel interest krijgt u daarop?” Ietwat verbaasd over het kruisverhoor, mompelt C. “Dat weet ik niet, meneer.”

Maar zo gemakkelijk komt u er bij een postbediende niet van af. “Nee, maar serieus, hoeveel krijgt u?” C. reageert deze keer al iets koeler. “Dat gaat u niet aan!” De postbeambte is niet onder de indruk en bladert even in een foldertje. “Hier, krijgt u zo veel?”, wijzend naar de astronomisch hoge tarieven die de Bank van de Post biedt. “Ik dacht het niet”, voegt hij er triomfantelijk aan toe.

Geheel in zijn nopjes gaat hij de biljetten halen. Om er zeker van te zijn dat hij zich niet misteld heeft, laat hij de nieuwe stroom postzegelverzamelaars meetellen. “DAT IS DAN VIJFHONDERD. DUIZEND. DUIZEND VIJFHONDERD…” (dertig seconden later) “VIJFDUIZEND DRIEHONDERD EN EEN KLETS EURO”.

Nog voor hij kan vragen of C. ook nog postzegels met debiele vogeltjes moet hebben, loopt C. het postkantoor uit, richting grootbank. De vrienden filatelisten blijven verdwaasd achter, zwijmelend bij de gedachte aan het aantal postzegelalbums die ze kunnen vullen met de som die net buitenwandelt.

20 mei 2010

De kunst van het treinreizen

Gearchiveerd onder: Uncategorized — ddries @ 10:57 am

Ik mis de trein. Echt waar. Als u de afgelopen weken hier ontgoocheld werd door een oorverdovende stilte, dan heeft dat maar één reden: ik reis niet meer met de trein.

De trein is altijd een beetje reizen, en van reizen komt denken. Zoals Alain De Botton in zijn overigens bijzonder rake boek The Art of Travel schrijft: “Weinig plaatsen leiden zo natuurlijk tot interne conversaties als voortschrijdende vliegtuigen, schepen of treinen. Grote ideeën hebben nood aan weidse uitzichten, nieuwe ideeën aan nieuwe plaatsen.”

Hij legt meteen ook uit waarom een bureau zowat de sléchtste plaats is om te denken: “Onze geest weigert grondig na te denken als het verondersteld wordt om na te denken. Het is net zo verlammend als verplicht worden een mop te vertellen of een accent te imiteren. Denken lukt een pak beter als we onze geest een aantal anderen taken geven, zoals het luisteren naar muziek of het volgen van een bomenrij.”

Op de trein kom ik er ook toe om van wat losse ideeën en anekdotes een min of meer samenhangend verhaal te brouwen. Tien keer per week veertig minuten pendelen, is zo’n luxe, dat het niet eens een opoffering is om één van die tien sessies te besteden aan een blogpost. En omdat veertig minuten soms net iets te kort is, lapt de NMBS er vaak geheel onbaatzuchtig een aantal bonusminuten bij.

Maar veertig minuten thuis is een serieuze hoop tijd, die veel nuttiger besteed kan worden: pakweg door aan mijn doctoraat te werken, een sollicitatiebrief te schrijven, hemdjes te strijken of onze hond een nieuw kunstje te leren.

De trein is ook een onuitputbare bron van inspiratie. De treiner schrijft er een hele blog over vol. Ook hier blijven de spoorwegen niet onbesproken. Om er maar enkele te noemen: de nieuwe treinregeling, een bellende neger op de trein, mijn bijna-vriendin nummer 60 en collega P’s Russische muze. Ik heb het even voor u nageteld, van de laatste 10 blogposts gaan er, direct of indirect, 3 over het openbaar vervoer.

Dit alles bedacht ik me terwijl ik The Art of Travel aan het lezen was. Op de ferryboot tussen Victoria en Vancouver. En deze blogpost schreef ik in het vliegtuig, ergens tussen Vancouver en Chicago, met twee slapende bejaarden naast me. Maar niets gaat boven de trein, zo vindt ook De Botton: “Van alle vervoersmodaliteiten is de trein wellicht de beste hulp om te denken. Snel genoeg om ons niet te ergeren, maar traag genoeg om voorwerpen te herkennen.” Als De Bottons geest vastloopt op een moeilijke gedachte, kijkt hij uit het raampje. Hij fixeert een voorwerp voor enkele seconden en volgt het, tot spontaan een nieuwe gedachte zich ontspint.

Als straks niemand me wil op de arbeidsmarkt, dan word ik kaartjesknipper. Wat een heerlijke job. De hele dag op de trein zitten, niemand die zich daar vragen bij stelt, en er nog voor betaald worden ook. De altijd zeurende treinreizigers, het verplicht door de neus spreken bij dienstmededelingen en de ietwat debiele slogans (“Infrabel, right on track” – terwijl iedereen weet dat de treinen in België links rijden) neem ik er dan maar al te graag bij.

29 maart 2010

Duitsers hebben niet alles op een rijtje

Gearchiveerd onder: Uncategorized — ddries @ 8:00 am
Tags: , , ,

Nooit gedacht dat het mij zou overkomen. Echt niet. En al zeker niet dat het mij in Duitsland zou overkomen. IK BEN VOORBIJGESTOKEN BIJ DE BAKKER. Tot twee keer toe. En dat terwijl ik nog maar drie keer naar de bakker geweest ben.

U kunt zich dat best voorstellen. Uw dienaar wacht op zijn beurt en kijkt al eens naar het aanbod. Van het brood, bedoel ik dan. Dat is betrekkelijk beperkt: er zijn namelijk exact twee soorten brood. Het Landbrot waarvan we proefondervindelijk kunnen zeggen dat het niet te vreten is, en het Krustenbrot dat dan weer wél te pruimen valt.

En dan komt er iemand de bakkerij binnen, negeert me straal, bestelt, wordt besteld en hop, weer weg. Nog voor uw dienaar een Duitse zin kan fabriceren is de schuinsmarcheerder al weer verdwenen. Nooit gedacht van die Duitsers.

Op de Lange Nacht van het Museum ging het nochtans goed. Het is te zeggen, die nacht was vooral lang omdat we anderhalf uur moesten aanschuiven. Voor het eerst in vijf jaar werden de kelders van de unief opengesteld. Het moet zijn dat de Duitsers thuis zelf geen kelder hebben, want de toeloop was gigantisch. In elk ander land zou dat tot chaos geleid hebben, maar niet zo alhier. We schoven aan op een perfecte lijn die na enige afstand perfect in een hoek van negentig graden zijn weg verder baande. En dat terwijl niemand instructies gaf. Het was, dat had u kunnen raden, haast even bijzonder als de kelders.

Als ik maandag vol bewondering over die winkelhaak van mensen vertel, proberen mijn Duitse collega’s, net als het bakkersklandizie, mij van de waangedachte dat Duitsers van wachtrijen houden te ontdoen. Dat ik maar eens in Engeland moest gaan kijken. Daar wachten ze zelfs in the middle of nowhere in een rijtje op de bus. (Inclusief het mopje: wat is één Engelsman die op de bus wacht? De kortste rij ter wereld.)

Het moet gezegd zijn, hier is het een sport om zo chaotisch mogelijk op de tram te springen. Dat heeft mogelijks te maken met het feit dat de deuren al opnieuw dichtgaan terwijl ze nog maar net geopend zijn. Als u binnenkort verneemt “Belg reist half in, half uit de tram door Mannheim”, dan weten de perslui meteen bij wie ze moeten zijn voor een diepte-interview. Al zullen ze wel, tegen de Duitse gewoonte in, braaf hun beurt moeten afwachten.

18 maart 2010

Wir sind nach Deutschland verhuisd

Gearchiveerd onder: Uncategorized — ddries @ 4:00 pm
Tags: , , , , , ,

Wij zijn naar Duitsland verhuisd. Ludwigshafen nabij Mannheim om precies te zijn. En dit ondanks de expliciete raad van mijn oma om er nog eens goed over na te denken. Wat we niet deden. Meer zelfs, de kans is groot dat ú zich de afgelopen weken meer vragen gesteld of zorgen gemaakt hebt over onze verhuis.

Met een aan de Deutsche Gründlichkeit grenzende efficiëntie zijn we in twee dagen verhuisd. Eén dag om alle spulletjes in te pakken. En één dag om de spulletjes te vervoeren. Oké, er is wel wat door de mazen van het net geglipt. De verwarming draait nog op volle toeren. De diepvries steekt nog vol. En dat restje brood in de broodtrommel? Laten we hopen dat het volume haar op het brood omgekeerd evenredig is met dat op mijn Duits.

Hoe het is, zo in Ludwigshafen (waar we wonen en waar Nele werkt) en Mannheim (waar ik werk)? Het zal je verbazen, maar het lijkt hier wat op Italië. Het loopt hier over van de pizzeria’s. Op elke hoek vind je een koffietent (en gezien Mannheim een dambordpatroon heeft, zijn er héél veel hoeken). De kans is groot dat je hier overreden wordt, zij het door zoevende auto’s, zij het door de trammen die hier té vaak onverwachts afdraaien. En in sommige wijken hebben ze het dolce far niente bijzonder goed onder de knie.

Dat laatste geldt natuurlijk niet voor het Chemische Bedrijf en ook niet voor de universiteit. Gisteren bijvoorbeeld hebben we met de collega’s tot 23u gewerkt. Dat de laatste uren zich afspeelden in de Ierse pub Murphy’s Law, kunnen we louter als ‘toeval’ klasseren. (Dat mocht ik deze ochtend al bekopen. Mijn sleutel bleek verdwenen. Verloren dus. Meewarige blik bij de secretaresse deze ochtend, doch vreemd genoeg bleef de klassieker “Ja maar, waar heb je hem laatst gehad?” achterwege. Een half uur later had ik al een nieuwe.)

O ja, u had graag wat foto’s gezien. Helaas. Bij de verhuisefficiëntie is mijn kodak in de kast blijven zitten. Voorlopig moet u het dus met uw verbeelding doen. Neem om het even welke Italiaanse stad, en je komt al aardig in de buurt. Als u van plan bent om eens op bezoek te komen, dan raad ik u wel aan om die Italiaanse stad lichtjes aan te passen, teneinde u van een ontgoocheling te besparen. De straten bijvoorbeeld, trekt u kaarsrecht. En de historische gebouwen vervangt u door flatgebouwen. Vervolgens overgiet u alles met een laagje beton. Klaar!

U wil dit met uw eigen ogen zien? Altijd welkom. Zorg alleen dat u uw verbeelding niet vergeet.

1 maart 2010

Open Brief aan Koning Albert, die ik Bert mag noemen

Sire, hoe vaak heeft men u al gezegd dat er geen Belgen meer zijn. Te vaak, althans sinds Hugo Claus zijn pennenvrucht afleverde. Ach wat, u kunt alvast met gerustheid zeggen dat er geen Hugo Claus meer is.

Maar er zijn nog Belgen. U bent er één. En ik ben er één. Allebei spreken we slecht Frans én slecht Nederlands. En Dick Advocaat is er vast ook één, althans zolang zijn contract loopt.

Er zijn aanzwellende geruchten dat dit land zou splitsen, wat u vast niet zo erg zou vinden. Tenslotte hoeft u dan niet langer te blijven werken voor die ondankbare onderdanen, en kan u dan genieten van de jacht die u net gekocht heeft. Bovendien krijgt u bij uw ontslag vast een oprotpremie, waardoor u met een nieuwe aankoop sinterklaas van de troon kan stoten, althans wat de lengte van uw schip betreft.

Bovendien kunnen uw kinderen dan eindelijk iets nuttig gaan doen, als ze verlost zijn van het zware juk dat de monarchie met zich meebrengt. En, u hoeft geen schrik te hebben, de boekskes zullen over u blijven schrijven.

Doch het ziet er nog niet naar uit dat onze staatsmannen hun politieke moed zullen bijeenschrapen om uw kroontje af te pakken. En als het al gebeurt, dan zal de kwestie waarschijnlijk jaren aanslepen, tot alle belangenconflicten uitgeput zijn.

Desalniettemin, zover hoeft u het niet te laten komen.

Twee vrienden, die we gemakshalve collega P. en Dzjoer zullen noemen, lanceerden een tijdje geleden een opmerkelijk initiatief, dat ik graag aan u wil voorleggen. Zij stellen voor om ons huidig volkslied te vervangen door Housewife van de Belgische zanger Daan. Geen haar op mijn of uw kalende hoofd dat er aan twijfelt dat deze dansknaller de Belgen weer doet swingen.

Want daar knelt het schoentje. Hebt u de laatste interland gezien? Vanaf de eerste noten van onze nationale hymne schuifelen onze landgenoten ongemakkelijk heen en weer. De toeschouwers verstijven onmiddellijk en houden de lippen stijf op elkaar. Niet één van onze voetbaltalenten zingt mee en televisiekijkend België gaat snel een biertje halen.

Met Housewife van Daan is dat verleden tijd. In een mum van tijd staat het stadion in vuur en vlam. Met het communautaire gewauwel hoeft u ook al niet in te zitten gezien het lied geen Nederlands of Frans spreekt, maar enkel de universele taal van de oplaaiende passie.

Ik verzoek u dan ook om het voorstel van Collega P. en Dzjoer in overweging te nemen, en u als steun lid te maken van de daartoe opgerichte Feestboekgroep. Hoewel, misschien kan u beter uw macht meteen aanwenden en de Brabançonne eigenhandig vervangen.

En, sire, als het land ondanks deze maatregel dan toch uiteenvalt, dan zullen we tenminste dansend ten onder gaan.

17 februari 2010

Wie van onenightstands houdt, mag scheefpoepen

Vreemdgaan mag. Zolang het maar niet te vaak gebeurt én niet te vaak met dezelfde.

Althans dat is de conclusie van het gesprek dat Nele opvangt als ze een warme chocolademelk gaat drinken in Bar Choc. Maar eerlijk, kan het echt?

Stel nu dat u een open relatie hebt en dat niet alles zich binnen de relatie moet afspelen. U kan op reis gaan zonder uw partner of diepgaande emotionele gesprekken voeren met een ander. Waarom zou seks dan enkel maar binnen de relatie kunnen?

Maar hoe zit dat dan met kinderen op de wereld zetten? Een kroost kweken met een ander is – op enkele uitzonderingen na – voor iedereen een brug te ver, zoniet enkele duizenden bruggen te ver.

Ik weet niet wat de laatste wetenschappelijke stand van zaken over seks en kinderen maken is, maar als ik me niet vergis kan seks wel eens leiden tot kinderen. En dus wordt vreemdgaan dan toch steeds een beetje ‘baby’s maken met een ander’. “Ho maar: anticonceptie!”, hoor ik u roepen. Helaas geen waterdicht systeem en dus blijft de kans op nakomelingen bestaan. “Ho maar, abortus!”, meent u vervolgens op te werpen. Wél een waterdicht systeem, maar één die enkel aan het vrouwelijke geslacht toekomt. Ik geloof sterk in “baas in eigen buik” en dat betekent ook: als een vrouw het liefdeskind wil houden, dan houdt ze het. En dan moet de overspelige man maar zijn verantwoordelijkheid nemen.

Om diezelfde reden heb ik het niet zo begrepen op onenightstands. Elke keer er geschoten wordt, kan het raak zijn. En het is beslist geen goed idee om kinderen te maken met iemand waar je niet eens langer dan een nacht mee wil vertoeven. Noch onenightstands, noch slippertjes lijken me daarom een goed idee. Maar je kan de redenering ook omdraaien: als u geen graten ziet in onenightstands, dan ook niet in vreemdgaan. Als het niets betekent als u geen relatie hebt, dan misschien ook niet als u wél een relatie hebt.

Als u overigens beroepshalve naast de pot wil pissen, dan moet u een carrière bij de restaurantgids Michelin overwegen. Naar verluidt mikken professionele proevers er professioneel naast het porselein. Gewoon om te zien of het restaurant hun ‘foutje’ snel genoeg rechtzet. Gebeurt dat niet, dan verliest het etablissement in kwestie zijn ster, zonder dat de scheefpoeper daarvoor een welverdiende op zijn of haar ster krijgt. En daar komen, gelukkig maar, geen kinderen bij kijken.

9 februari 2010

Waarom u zo’n slechte chauffeur bent, maar dat nauwelijks lijkt te beseffen

Gearchiveerd onder: Uncategorized — ddries @ 9:12 am
Tags: , , , , , ,

“Koud hé, deze morgen?”

Pas op. Het is een sociale test. Antwoorden met een platitude mag, een kwinkslag wordt geapprecieerd, maar als u steen en been begint te klagen, dan zakt u onvermijdelijk voor de test. Mijn gulden stelregel is, “zaagt u over het weer, dan neemt het nooit een keer”. Ik maak me er snel vanaf en laat u voor de rest links liggen.

Met het verkeer gaat net hetzelfde op. Niets is zo makkelijk om een gesprekje aan te knopen over de vervoersmodaliteiten. “Hoe ben jij hier gekomen?” of “Hier veilig geraakt?”. Opnieuw pas op. Herinner u: een platitude mag, een kwinkslag is beter, maar geklaag is uit den boze.

Als u wat intelligenter wil overkomen bij het volgende verkeergesprekje, dan is ‘Traffic’ van Tom Van der Bilt een kolfje naar uw hand. Het leest als een trein en is hilarisch herkenbaar. Van der Bilt neemt uw en mijn rijgedrag onder de loep, maar schrikt ook niet voor de iets beschouwendere thema’s, zoals waarom mieren geen files kennen en waarom vrouwen vaker files veroorzaken.

Het tweede hoofdstuk bijvoorbeeld gaat over de zwakke perceptie van ons rijmanskunsten. Als ik u vraag: “Bent u een betere chauffeur dan gemiddeld?”, dan antwoordt u ongetwijfeld ja, net als die andere 90 procent die aan de enquête deelneemt. Stirling Moss, een Britse formule-1-piloot uit de jaren stilletjes, beweerde ooit dat er twee dingen zijn waarvan een man nooit zal toegeven dat hij het slecht kan: autorijden en de liefde bedrijven.

Waarom zijn we zo slecht in ons eigen rijgedrag beoordelen? Omdat we zelden crashen en daardoor elke dag een beetje meer het gevoel krijgen dat we uitstekende chauffeurs zijn. Lopen we dan toch eens averij op, dan was het, let op het woord, een ongeluk. Het zegt haast letterlijk dat je er niet kon aan doen.

Ene H.W. Heinrich vogelde al in 1931 uit dat voor elk fataal werkongeval er 29 kleinere accidentjes en bijna 300 net-niet-ongevallen zijn. Het zijn vooral die 300 net-niet’s waar we zo slecht mee om kunnen. We gaan even op de rem staan, maken even een bruuske beweging, maar uiteindelijk zijn we er toch maar mee weggekomen. We vergeten snel dat het gebeurd is, en als je het een kwartier later zou vragen, dan ontkennen we krachtig, want tenslotte is er toch niets gebeurd?

Kortom, we missen eerlijke feedback. Een prachtige oplossing hiervoor is DriveCam. Het gelijknamige bedrijf installeert kleine cameraatjes in uw auto, met zicht binnen en buiten de auto. U wordt constant gefilmd, doch wees gerust: de beelden worden niet opgeslagen. Tenzij u een bruuske beweging maakt: een te scherpe ruk aan het stuur, of een plotse duw op het rempedaal. Dan slaat DriveCam de beelden van tien seconden voor en tien seconden na het euvel op. Die beelden worden doorgestuurd naar DriveCam en maandelijks mag u er eens op de koffie.

De resultaten daarvan zijn opzienbarend. Niet alleen herinnert u zich die akkefietjes niet meer, bijvoorbeeld omdat u in slaap aan het dommelen was, maar ook: u kan het niet meer ontkennen. Normaal hanteert ons brein de volgende strategie: minimaliseer de eigen schuld bij een akkefietje tot op een niveau waar u er geloofwaardig mee wegkomt. In het geval van een net-niet is dat bepaald niet moeilijk: er is toch niets gebeurd. Maar de beelden liegen niet. En het kind op de fiets die u net niet geraakt heeft, omdat u hem niet gezien hebt, staat nu wel verdacht dicht op de camerabeelden.

Vooral professionele bedrijven, taxi’s of expediteurs, maken er al gebruik van. En met succes: ongevallen dalen met ongeveer 30 tot 50 procent. Ik voorspel u: het zal niet lang meer duren of een verzekeraar er mee op de proppen komt. Tweemaal winst: in ruil voor een tiental seconden privacy krijgt u een lagere premie én minder ongevallen.

Dat chauffeurs zelden feedback krijgen, klopt echter niet altijd, zeker niet in het geval van mijn vader. In de persoon van mijn moeder zit naast hem iemand die virtueel meeremt als er te remmen valt en “Pas op” roept bij een schijnbaar gevaarlijke situatie die desalniettemin geheel correct is ingeschat door mijn vader. Wordt steevast gevolgd door gezucht of gegrom vanop de chauffeursstoel, maar ondanks de talloze suggesties dat “je vanaf hier ook te voet verder kan” of dat “er op de achterbank ook nog plaats is”, zit het feedbacksysteem nog steeds trouw op post. Geen wonder dat mijn vader één van de beste chauffeurs is die ik ken.

4 februari 2010

Hoe vind ik wetenschappelijk verantwoord een lief?

Stelt u zich even voor dat u naar een feestje gaat omdat u op zoek bent naar een lief. Wat een geluk: alle aanwezigen zijn ook op zoek naar de ware liefde. Mannen kunnen kiezen: of ze dragen een pak en keurig gepoetste schoenen, of ze komen in jeans. Vrouwen redeneren ongeveer zo. Als ze beslissen om wel of niet naar het feestje te gaan, vinden ze het vooral belangrijk dat er veel mannen in jeans zijn. Want dat betekent dat ze zelf niet de moeite hoeven te doen om een kleedje en hoge hakken uit de kast te halen. Maar eens ze op het feestje zijn, kijken ze vooral naar de mannen met pak.

U kan zich al voorstellen wat er gebeurt. Alle mannen doen een pak aan, want dat geeft hen meer kans om aan een lief te geraken. En de vrouwen, tja, die blijven thuis want als alle mannen een pak aan doen, dan moeten ze hun hoge hakken uit de kast halen.

Dus hebben we iemand nodig die het feestje organiseert, en meteen al op de uitnodiging schrijft: “mannen, helaas pindakaas, als u in pak komt, dan moet u meer betalen”. En ja hoor, diegenen die wanhopig op zoek zijn (of gewoon meer aan een relatie hebben), die zullen gerust meer willen betalen. De anderen komen gewoon in jeans. Maar dat lost het nog niet helemaal op: moet de organisator bijvoorbeeld de mannen in jeans gratis binnenlaten? Daardoor zullen er nog meer vrouwen zijn en kan hij de pakdragers nog meer laten betalen. Of zullen die mannen dan hun pak in de kast laten hangen en ook gratis in jeans binnenwandelen?

Om de mensheid te dienen heb ik daarover een wetenschappelijk artikel geschreven. Omdat mijn collega’s allemaal serieuze mensen zijn, heb ik de boodschap wat gecamoufleerd als grote advertenties (mannen in pak) en kleine advertenties (mannen in jeans), maar daar kijkt u moeiteloos doorheen. Bovendien is het geheel opgeleukt met wat wiskundige formules en veelkleurige grafieken; ik heb ook nooit beweerd dat het eenvoudig is om een feestje te organiseren. En het antwoord op alle vragen is, zoals het economen betaamt: dat hangt er van af. In dit geval: het hangt van de vrouwen af. Als ze niet graag een kleedje dragen en vooral naar mannen in pak kijken, laat dan de mannen in jeans maar gratis binnen. Maar als ze wél houden van een kleedje, ontzeg dan de mannen in jeans de toegang: dan moet alle mannen het dure toegangsticket betalen.

Als dit u allemaal ingewikkeld economisch gebral lijkt, blijf dan weg van het feestje. Zoek uw geluk online. Uit eveneens wetenschappelijk verantwoord onderzoek, blijkt dat u best maar even tijd besteedt aan uw profielfoto. Al doet u er goed aan om te pretenderen dat u er niet veel tijd in steekt, bijvoorbeeld door die foto met uw iPhone of webcam te nemen. In tegenstelling tot wat iedereen denkt, is het een goed idee om iets meer van uw lichaam prijs te geven. Voor de mannen: toon gerust uw sixpack. Voor de vrouwen: een diep ingesneden decolleté volstaat. Of houd iets nuttig in de hand, zoals een gitaar of een hond. En, ook een goeie strategie om meer dates te versieren: toon je gezicht niet, maar kies voor een artistiek verantwoorde foto.

En als het dan nog niets wordt? Tja, dan moet u misschien wat vaker het openbaar vervoer nemen.

20 januari 2010

Bloedzuigergif voor verloren gelopen koeien

Gearchiveerd onder: Uncategorized — ddries @ 9:08 pm
Tags: ,

Stel, u bent alleen thuis en er is die avond geen enkel dringend probleem dat uw aandacht opeist. Uw vrienden, zo u die heeft, zijn allemaal verslaafd aan Farmville, een feestboekspel uitgevonden door Noël De Visch van de Boerenbond om de agrarische activiteit opnieuw te stimuleren. Net die avond waarop u niets te doen hebt, loopt er een koe verloren op het erf en moeten ze snel hun oude besjes oogsten, voor die koe ze allemaal opeet.

Die avond beslist u:
A. Een film te zien.
B. Een boek te lezen.
C. Nog wat te werken of studeren.
D. Uw rommel op te kuisen.
E. De afwas te doen.
F. Uw moeder nog eens te bellen.

Ik acht het nog waarschijnlijker dat u die ene avond
G. Eén van de voorgaande opties plant, maar uiteindelijk de hele avond op het internet surft.

Gezien u op dit eigenste ogenblik deze blog aan het lezen bent, is dat niet eens zo’n wilde gok.

Om zelf geen tijd meer te verliezen, heb ik een maand of twee geleden Leechblock geïnstalleerd. Vrij vertaald betekent dat zoveel als bloedzuigervergif, en ik beschouw het nu al als de beste uitvinding sinds het internet. Het blokkeert een lijstje van (zelf te kiezen) internetsites, op tijdstippen die u zelf vastlegt. En voor de die hard surfers is er zelfs een instelling die bepaalt dat je de instellingen tijdens die uren niet kan wijzigen.

In sommige bedrijven worden sowieso alle niet-werkgerelateerde sites afgesloten. Bij ons niet, en dus doe ik het dan maar zelf. Of zoals de Duitse socioloog Ulrich Beck dat zo mooi zegt:

“Wo die Freiheit zum Käfig wird, suchen viele die Freiheit des Käfigs”.

Wie de vrijheid een kooi vindt, kiest voor de vrijheid van de kooi. Of eenvoudiger: wie de vrijheid niet aankan, sluit zich vrijwillig op.

Volgende pagina »

Het Rubric thema Blog op WordPress.com.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.