“Koud hé, deze morgen?”
Pas op. Het is een sociale test. Antwoorden met een platitude mag, een kwinkslag wordt geapprecieerd, maar als u steen en been begint te klagen, dan zakt u onvermijdelijk voor de test. Mijn gulden stelregel is, “zaagt u over het weer, dan neemt het nooit een keer”. Ik maak me er snel vanaf en laat u voor de rest links liggen.
Met het verkeer gaat net hetzelfde op. Niets is zo makkelijk om een gesprekje aan te knopen over de vervoersmodaliteiten. “Hoe ben jij hier gekomen?” of “Hier veilig geraakt?”. Opnieuw pas op. Herinner u: een platitude mag, een kwinkslag is beter, maar geklaag is uit den boze.
Als u wat intelligenter wil overkomen bij het volgende verkeergesprekje, dan is ‘Traffic’ van Tom Van der Bilt een kolfje naar uw hand. Het leest als een trein en is hilarisch herkenbaar. Van der Bilt neemt uw en mijn rijgedrag onder de loep, maar schrikt ook niet voor de iets beschouwendere thema’s, zoals waarom mieren geen files kennen en waarom vrouwen vaker files veroorzaken.
Het tweede hoofdstuk bijvoorbeeld gaat over de zwakke perceptie van ons rijmanskunsten. Als ik u vraag: “Bent u een betere chauffeur dan gemiddeld?”, dan antwoordt u ongetwijfeld ja, net als die andere 90 procent die aan de enquête deelneemt. Stirling Moss, een Britse formule-1-piloot uit de jaren stilletjes, beweerde ooit dat er twee dingen zijn waarvan een man nooit zal toegeven dat hij het slecht kan: autorijden en de liefde bedrijven.
Waarom zijn we zo slecht in ons eigen rijgedrag beoordelen? Omdat we zelden crashen en daardoor elke dag een beetje meer het gevoel krijgen dat we uitstekende chauffeurs zijn. Lopen we dan toch eens averij op, dan was het, let op het woord, een ongeluk. Het zegt haast letterlijk dat je er niet kon aan doen.
Ene H.W. Heinrich vogelde al in 1931 uit dat voor elk fataal werkongeval er 29 kleinere accidentjes en bijna 300 net-niet-ongevallen zijn. Het zijn vooral die 300 net-niet’s waar we zo slecht mee om kunnen. We gaan even op de rem staan, maken even een bruuske beweging, maar uiteindelijk zijn we er toch maar mee weggekomen. We vergeten snel dat het gebeurd is, en als je het een kwartier later zou vragen, dan ontkennen we krachtig, want tenslotte is er toch niets gebeurd?
Kortom, we missen eerlijke feedback. Een prachtige oplossing hiervoor is DriveCam. Het gelijknamige bedrijf installeert kleine cameraatjes in uw auto, met zicht binnen en buiten de auto. U wordt constant gefilmd, doch wees gerust: de beelden worden niet opgeslagen. Tenzij u een bruuske beweging maakt: een te scherpe ruk aan het stuur, of een plotse duw op het rempedaal. Dan slaat DriveCam de beelden van tien seconden voor en tien seconden na het euvel op. Die beelden worden doorgestuurd naar DriveCam en maandelijks mag u er eens op de koffie.
De resultaten daarvan zijn opzienbarend. Niet alleen herinnert u zich die akkefietjes niet meer, bijvoorbeeld omdat u in slaap aan het dommelen was, maar ook: u kan het niet meer ontkennen. Normaal hanteert ons brein de volgende strategie: minimaliseer de eigen schuld bij een akkefietje tot op een niveau waar u er geloofwaardig mee wegkomt. In het geval van een net-niet is dat bepaald niet moeilijk: er is toch niets gebeurd. Maar de beelden liegen niet. En het kind op de fiets die u net niet geraakt heeft, omdat u hem niet gezien hebt, staat nu wel verdacht dicht op de camerabeelden.
Vooral professionele bedrijven, taxi’s of expediteurs, maken er al gebruik van. En met succes: ongevallen dalen met ongeveer 30 tot 50 procent. Ik voorspel u: het zal niet lang meer duren of een verzekeraar er mee op de proppen komt. Tweemaal winst: in ruil voor een tiental seconden privacy krijgt u een lagere premie én minder ongevallen.
Dat chauffeurs zelden feedback krijgen, klopt echter niet altijd, zeker niet in het geval van mijn vader. In de persoon van mijn moeder zit naast hem iemand die virtueel meeremt als er te remmen valt en “Pas op” roept bij een schijnbaar gevaarlijke situatie die desalniettemin geheel correct is ingeschat door mijn vader. Wordt steevast gevolgd door gezucht of gegrom vanop de chauffeursstoel, maar ondanks de talloze suggesties dat “je vanaf hier ook te voet verder kan” of dat “er op de achterbank ook nog plaats is”, zit het feedbacksysteem nog steeds trouw op post. Geen wonder dat mijn vader één van de beste chauffeurs is die ik ken.
Stelt u zich even voor dat u naar een feestje gaat omdat u op zoek bent naar een lief. Wat een geluk: alle aanwezigen zijn ook op zoek naar de ware liefde. Mannen kunnen kiezen: of ze dragen een pak en keurig gepoetste schoenen, of ze komen in jeans. Vrouwen redeneren ongeveer zo. Als ze beslissen om wel of niet naar het feestje te gaan, vinden ze het vooral belangrijk dat er veel mannen in jeans zijn. Want dat betekent dat ze zelf niet de moeite hoeven te doen om een kleedje en hoge hakken uit de kast te halen. Maar eens ze op het feestje zijn, kijken ze vooral naar de mannen met pak.
A. Een film te zien.
[Gastpost van Collega P.]
Na ons geslaagde zomerseizoen met
Met collega K. is het altijd dolletjes op de trein. We babbelen over ‘t een en ‘t ander en terug. En vervolgens nog eens over ‘t ander en ‘t een en terug. Ook het meisje tegenover ons vond het wel dolletjes en kon haar glimlach herhaaldelijk niet onderdrukken.





Hij schrijft:

