Everything Dries Up

9 februari 2010

Waarom u zo’n slechte chauffeur bent, maar dat nauwelijks lijkt te beseffen

Hoort bij: Uncategorized — ddries @ 9:12 am

“Koud hé, deze morgen?”

Pas op. Het is een sociale test. Antwoorden met een platitude mag, een kwinkslag wordt geapprecieerd, maar als u steen en been begint te klagen, dan zakt u onvermijdelijk voor de test. Mijn gulden stelregel is, “zaagt u over het weer, dan neemt het nooit een keer”. Ik maak me er snel vanaf en laat u voor de rest links liggen.

Met het verkeer gaat net hetzelfde op. Niets is zo makkelijk om een gesprekje aan te knopen over de vervoersmodaliteiten. “Hoe ben jij hier gekomen?” of “Hier veilig geraakt?”. Opnieuw pas op. Herinner u: een platitude mag, een kwinkslag is beter, maar geklaag is uit den boze.

Als u wat intelligenter wil overkomen bij het volgende verkeergesprekje, dan is ‘Traffic’ van Tom Van der Bilt een kolfje naar uw hand. Het leest als een trein en is hilarisch herkenbaar. Van der Bilt neemt uw en mijn rijgedrag onder de loep, maar schrikt ook niet voor de iets beschouwendere thema’s, zoals waarom mieren geen files kennen en waarom vrouwen vaker files veroorzaken.

Het tweede hoofdstuk bijvoorbeeld gaat over de zwakke perceptie van ons rijmanskunsten. Als ik u vraag: “Bent u een betere chauffeur dan gemiddeld?”, dan antwoordt u ongetwijfeld ja, net als die andere 90 procent die aan de enquête deelneemt. Stirling Moss, een Britse formule-1-piloot uit de jaren stilletjes, beweerde ooit dat er twee dingen zijn waarvan een man nooit zal toegeven dat hij het slecht kan: autorijden en de liefde bedrijven.

Waarom zijn we zo slecht in ons eigen rijgedrag beoordelen? Omdat we zelden crashen en daardoor elke dag een beetje meer het gevoel krijgen dat we uitstekende chauffeurs zijn. Lopen we dan toch eens averij op, dan was het, let op het woord, een ongeluk. Het zegt haast letterlijk dat je er niet kon aan doen.

Ene H.W. Heinrich vogelde al in 1931 uit dat voor elk fataal werkongeval er 29 kleinere accidentjes en bijna 300 net-niet-ongevallen zijn. Het zijn vooral die 300 net-niet’s waar we zo slecht mee om kunnen. We gaan even op de rem staan, maken even een bruuske beweging, maar uiteindelijk zijn we er toch maar mee weggekomen. We vergeten snel dat het gebeurd is, en als je het een kwartier later zou vragen, dan ontkennen we krachtig, want tenslotte is er toch niets gebeurd?

Kortom, we missen eerlijke feedback. Een prachtige oplossing hiervoor is DriveCam. Het gelijknamige bedrijf installeert kleine cameraatjes in uw auto, met zicht binnen en buiten de auto. U wordt constant gefilmd, doch wees gerust: de beelden worden niet opgeslagen. Tenzij u een bruuske beweging maakt: een te scherpe ruk aan het stuur, of een plotse duw op het rempedaal. Dan slaat DriveCam de beelden van tien seconden voor en tien seconden na het euvel op. Die beelden worden doorgestuurd naar DriveCam en maandelijks mag u er eens op de koffie.

De resultaten daarvan zijn opzienbarend. Niet alleen herinnert u zich die akkefietjes niet meer, bijvoorbeeld omdat u in slaap aan het dommelen was, maar ook: u kan het niet meer ontkennen. Normaal hanteert ons brein de volgende strategie: minimaliseer de eigen schuld bij een akkefietje tot op een niveau waar u er geloofwaardig mee wegkomt. In het geval van een net-niet is dat bepaald niet moeilijk: er is toch niets gebeurd. Maar de beelden liegen niet. En het kind op de fiets die u net niet geraakt heeft, omdat u hem niet gezien hebt, staat nu wel verdacht dicht op de camerabeelden.

Vooral professionele bedrijven, taxi’s of expediteurs, maken er al gebruik van. En met succes: ongevallen dalen met ongeveer 30 tot 50 procent. Ik voorspel u: het zal niet lang meer duren of een verzekeraar er mee op de proppen komt. Tweemaal winst: in ruil voor een tiental seconden privacy krijgt u een lagere premie én minder ongevallen.

Dat chauffeurs zelden feedback krijgen, klopt echter niet altijd, zeker niet in het geval van mijn vader. In de persoon van mijn moeder zit naast hem iemand die virtueel meeremt als er te remmen valt en “Pas op” roept bij een schijnbaar gevaarlijke situatie die desalniettemin geheel correct is ingeschat door mijn vader. Wordt steevast gevolgd door gezucht of gegrom vanop de chauffeursstoel, maar ondanks de talloze suggesties dat “je vanaf hier ook te voet verder kan” of dat “er op de achterbank ook nog plaats is”, zit het feedbacksysteem nog steeds trouw op post. Geen wonder dat mijn vader één van de beste chauffeurs is die ik ken.

4 februari 2010

Hoe vind ik wetenschappelijk verantwoord een lief?

Stelt u zich even voor dat u naar een feestje gaat omdat u op zoek bent naar een lief. Wat een geluk: alle aanwezigen zijn ook op zoek naar de ware liefde. Mannen kunnen kiezen: of ze dragen een pak en keurig gepoetste schoenen, of ze komen in jeans. Vrouwen redeneren ongeveer zo. Als ze beslissen om wel of niet naar het feestje te gaan, vinden ze het vooral belangrijk dat er veel mannen in jeans zijn. Want dat betekent dat ze zelf niet de moeite hoeven te doen om een kleedje en hoge hakken uit de kast te halen. Maar eens ze op het feestje zijn, kijken ze vooral naar de mannen met pak.

U kan zich al voorstellen wat er gebeurt. Alle mannen doen een pak aan, want dat geeft hen meer kans om aan een lief te geraken. En de vrouwen, tja, die blijven thuis want als alle mannen een pak aan doen, dan moeten ze hun hoge hakken uit de kast halen.

Dus hebben we iemand nodig die het feestje organiseert, en meteen al op de uitnodiging schrijft: “mannen, helaas pindakaas, als u in pak komt, dan moet u meer betalen”. En ja hoor, diegenen die wanhopig op zoek zijn (of gewoon meer aan een relatie hebben), die zullen gerust meer willen betalen. De anderen komen gewoon in jeans. Maar dat lost het nog niet helemaal op: moet de organisator bijvoorbeeld de mannen in jeans gratis binnenlaten? Daardoor zullen er nog meer vrouwen zijn en kan hij de pakdragers nog meer laten betalen. Of zullen die mannen dan hun pak in de kast laten hangen en ook gratis in jeans binnenwandelen?

Om de mensheid te dienen heb ik daarover een wetenschappelijk artikel geschreven. Omdat mijn collega’s allemaal serieuze mensen zijn, heb ik de boodschap wat gecamoufleerd als grote advertenties (mannen in pak) en kleine advertenties (mannen in jeans), maar daar kijkt u moeiteloos doorheen. Bovendien is het geheel opgeleukt met wat wiskundige formules en veelkleurige grafieken; ik heb ook nooit beweerd dat het eenvoudig is om een feestje te organiseren. En het antwoord op alle vragen is, zoals het economen betaamt: dat hangt er van af. In dit geval: het hangt van de vrouwen af. Als ze niet graag een kleedje dragen en vooral naar mannen in pak kijken, laat dan de mannen in jeans maar gratis binnen. Maar als ze wél houden van een kleedje, ontzeg dan de mannen in jeans de toegang: dan moet alle mannen het dure toegangsticket betalen.

Als dit u allemaal ingewikkeld economisch gebral lijkt, blijf dan weg van het feestje. Zoek uw geluk online. Uit eveneens wetenschappelijk verantwoord onderzoek, blijkt dat u best maar even tijd besteedt aan uw profielfoto. Al doet u er goed aan om te pretenderen dat u er niet veel tijd in steekt, bijvoorbeeld door die foto met uw iPhone of webcam te nemen. In tegenstelling tot wat iedereen denkt, is het een goed idee om iets meer van uw lichaam prijs te geven. Voor de mannen: toon gerust uw sixpack. Voor de vrouwen: een diep ingesneden decolleté volstaat. Of houd iets nuttig in de hand, zoals een gitaar of een hond. En, ook een goeie strategie om meer dates te versieren: toon je gezicht niet, maar kies voor een artistiek verantwoorde foto.

En als het dan nog niets wordt? Tja, dan moet u misschien wat vaker het openbaar vervoer nemen.

20 januari 2010

Bloedzuigergif voor verloren gelopen koeien

Hoort bij: Uncategorized — ddries @ 9:08 pm
Tags: ,

Stel, u bent alleen thuis en er is die avond geen enkel dringend probleem dat uw aandacht opeist. Uw vrienden, zo u die heeft, zijn allemaal verslaafd aan Farmville, een feestboekspel uitgevonden door Noël De Visch van de Boerenbond om de agrarische activiteit opnieuw te stimuleren. Net die avond waarop u niets te doen hebt, loopt er een koe verloren op het erf en moeten ze snel hun oude besjes oogsten, voor die koe ze allemaal opeet.

Die avond beslist u:
A. Een film te zien.
B. Een boek te lezen.
C. Nog wat te werken of studeren.
D. Uw rommel op te kuisen.
E. De afwas te doen.
F. Uw moeder nog eens te bellen.

Ik acht het nog waarschijnlijker dat u die ene avond
G. Eén van de voorgaande opties plant, maar uiteindelijk de hele avond op het internet surft.

Gezien u op dit eigenste ogenblik deze blog aan het lezen bent, is dat niet eens zo’n wilde gok.

Om zelf geen tijd meer te verliezen, heb ik een maand of twee geleden Leechblock geïnstalleerd. Vrij vertaald betekent dat zoveel als bloedzuigervergif, en ik beschouw het nu al als de beste uitvinding sinds het internet. Het blokkeert een lijstje van (zelf te kiezen) internetsites, op tijdstippen die u zelf vastlegt. En voor de die hard surfers is er zelfs een instelling die bepaalt dat je de instellingen tijdens die uren niet kan wijzigen.

In sommige bedrijven worden sowieso alle niet-werkgerelateerde sites afgesloten. Bij ons niet, en dus doe ik het dan maar zelf. Of zoals de Duitse socioloog Ulrich Beck dat zo mooi zegt:

“Wo die Freiheit zum Käfig wird, suchen viele die Freiheit des Käfigs”.

Wie de vrijheid een kooi vindt, kiest voor de vrijheid van de kooi. Of eenvoudiger: wie de vrijheid niet aankan, sluit zich vrijwillig op.

24 december 2009

De Scrooge in ons allen… De biecht van Collega P. in een treurig kerstverhaal

[Gastpost van Collega P.]

Rond kerstmis is het tijd om Jozef en Maria in een stal te zetten en de kerstverhalen ervan te halen. Melige praat is eens per jaar toegelaten, zeker als, zoals vandaag, de temperaturen het nulpunt niet bereiken en er eindelijk nog eens een dikke laag sneeuw zich in het land heeft genesteld, niet van plan om zomaar te gaan.

Door die sneeuw ploegde ik nu door de stad toen ik een man passeerde, die met een gore-tex regenjas en een rugzak op het voetpad wandelde. In het voorbijgaan mompelde hij me toe:
-‘Vous parlez français, monsieur?’

Het is vreemd maar mijn gevoel zei me meteen dat er iets niet pluis was. Was het de niet-engagerende bijna hopeloze en tegelijk onderdanige toon die mij deed terugdeinzen en onmiddellijk de gedachte –bedelaar- door mijn hoofd liet flitsen? Waarom hebben bedelaars toch die gewoonte aangeleerd om een totaal andere toon aan te slaan dan wanneer u of ik iemand op straat aanspreekt? Zijn ze misschien door de jaren heen gewend geraakt aan een generische afwijzing van bijna iedereen?

De toon bracht bij mij in elk geval die automatische afwijzing op gang.
- ‘Non’. Zei ik naast de waarheid, terwijl ik de flagrante inconsequentie om tegelijk inhoudelijk op zijn vraag te antwoorden negeerde.

Ik liep verder en plots klikte er iets in mijn hoofd. Bedelaars zitten meestal ergens langs de kant van de straat, ze lopen niet rond en al zeker niet in de stevige tred van die man, zo ging het stereotiep in mijn hoofd. Bovendien had hij een gore-tex jas en een degelijke rugzak… Ik draaide mij dus toch om en keek hem vragend aan.

Hij begreep de hint meteen:
-‘Vous parlez français, monsieur?’
-‘Euh, je peux vous aider?’ bracht ik in mijn beste Frans uit.
- ‘Vous avez peut-être un euro pour moi?’
Damn. Ik voelde mij bedrogen door mijn eigen gevoel. ‘Je eerste gedacht is meestal je beste gedacht’ zo vertelde mijn juffrouw in de lagere school me. Maar ook toen al was ik eigenwijs.

-‘Je n’ai pas d’argent chez moi’
Dju, mijn tweede leugen in minder dan één minuut tijd.

Ik liep door verder naar mijn werk, maar binnen in de warmte en over de sneeuwvlakte uitkijkend kreeg ik diepe spijt… Wat is in godsnaam een euro? Ik nam mijn portefeuille, die heel de tijd gewoon in mijn achterzak had gestoken, en liep terug naar buiten, op zoek, maar de man was verdwenen.

Sinds toen blijft zijn gezicht, en meer nog de druppel van zijn neus droop door het vele lopen door de kou, mij door het hoofd spoken. Het was een gewoon gezicht zoals dat van u en ik.

Was de ijzige koude of dat moment van twijfel over ’s mans levensvoorziening die mij ertoe bracht om hem, en meteen ook alle bedelaars voor het eerst sinds lang terug als echte mensen te zien, die op hun levenspad een moeilijke afslag genomen hebben, in plaats van gewoon een hinderlijke afleiding?

Collega K. sprak terecht van Levinas, en het ‘gelaat van de ander’, toen ik bij hem als eerste mijn hart luchtte, terwijl ik aan de snoepautomaat met de uitgespaarde euro toch maar mooi een Snickers kocht. Het appèl van het gelaat van de ander in zijn lijden is wat moreel besef brengt en mij verantwoordelijk maakt, zo stelt Levinas, maar dan in een nog veel onbegrijpelijkere taal. Het gezicht van de zwerver in mijn geval, dat nu voor het eerst echt zag.

Bedelaars zijn niet mijn persoonlijke verantwoordelijkheid, dat weet ik ook wel. En ik kan ze niet allemaal helpen. Het koninklijk paleis is daar trouwens veel geschikter voor.
Maar die ene euro had ik hem toch wel kunnen gunnen.

Die avond heb ik dan maar op het perron een doosje truffels van Oxfam gekocht, in de ijdele hoop wat van mijn karma terug te winnen. Het hielp niet. De trein had minstens een kwartier vertraging.

14 december 2009

Valt Brabo op zijn sjokkedeizen?

Na ons geslaagde zomerseizoen met Antwerp by Bike bleef er slechts één prangende vraag over: valt Brabo stomweg op zijn smoel?

Brabo, een verre neef van Julius Caesar, hakte de hand van de reus Antigoon af en redde zo Antwerpen van zijn terreur. Om hun dankbaarheid te uiten, plaatsten de Antwerpenaren een beeld van Brabo op de grote markt.

Op zich is dat geen bijzonder beeld, tot je de worp van Brabo probeert na te bootsen, zo merkte een collega-gids op. Als je van plan bent om met je rechterhand te werpen, lijkt het logisch om op je linkerbeen te staan. Maar Brabo staat op dus zijn rechterbeen. Probeer dat zelf maar eens. Hop, van die luie stoel en hard met rechts gooien terwijl je op je rechterbeen staat. Onvermijdelijk val je naar voor of struikel je.

Maar Harm, een snuggere Bruggeling en voormalig atleet, merkte tijdens een fietstocht op dat de rechts-rechts-combinatie helemaal niet zo ongewoon is in werpsporten zoals kogelstoten. Die technieken (glide en spin) lijken echter van recente datum (jaren 1950 of 1970), terwijl het beeld er al 120 jaar staat.

Dus bleven we met de vraag zitten: heeft de beeldhouwer Jef Lambeaux zich schromelijk vergist, of past Brabo een techniek toe die zijn tijd ver vooruit was?

Om het pleit te beslechten, trokken we naar de dienaren der wetenschap, en jawel, we kregen antwoord van Arthur Spaepen, hoogleraar Bewegingscontrole en Neuroplasticiteit aan de Katholieke Universiteit Leuven.

“De ervaring die mensen aangeven [lees verder]

9 december 2009

Vriendin nummer 60

Met collega K. is het altijd dolletjes op de trein. We babbelen over ‘t een en ‘t ander en terug. En vervolgens nog eens over ‘t ander en ‘t een en terug. Ook het meisje tegenover ons vond het wel dolletjes en kon haar glimlach herhaaldelijk niet onderdrukken.

Omdat K. Nekkerspoel verkiest boven Antwerpen, scheiden onze wegen, maar net voor het afscheid laat ze een net opgemerkt berichtje zien van een vriendin die ook op de trein zou zitten. Daarvoor is het nu te laat, maar wat ziet mijn lodderig oog? Collega K. nummert haar vrienden. Ik herhaal: collega K. nummert haar vrienden. Echt waar, het staat er zwart op geel: Katrien 60. (Nu mag K. wel beweren dat 60 haar familienaam is, tarara, goed geprobeerd.)

Kan u zich voorstellen hoe het er bij collega K. ’s avonds aan toe gaat?

    - haar vriend (met de intonatie van Jan Becaus): En K., hoe staat het met de vrienden-index?
    - K., (met de intonatie van Martine Tanghe): Dank je voor de vraag, schatje. Het was een woelige dag voor de vrienden-index. Deze ochtend kwam ik nummer 42, Vincent, tegen in het station. Hij negeerde mij straal, waardoor hij zestien plaatsen in de rangschikking zakt. Collega X. hield dan weer galant de deur voor mij open, waardoor hij zeven plaatsen stijgt, ten koste van die zeven andere natuurlijk die een plaats zakken. Katrien heb ik vandaag helaas niet gezien maar dankzij haar smsje klimt ze toch één plaatsje naar nummer 59. Terug over naar jou.
    - haar vriend: Dank je K. Na de turbulente dag gisteren, was het bij mij een uitzonderlijk rustige dag. Behalve de woorden ‘Club Kaas, nee zonder ajuin, en ook geen ei’ heb ik deze dag nog niets gezegd. De enige stijger is dus de Koerd van de broodjeszaak. Hij staat nu op nummer 2195. En uiteraard sta jij alweer steviger aan de leiding!

K. verlaat de trein, het moment om een gesprekje aan te knopen met het herhaaldelijk glimlachende meisje. Maar ik durf niet goed. Nochtans kan ik haar makkelijk vragen of ze ook Chinees spreekt. Of de sint bij haar nog langskomt? Of ze ook bijzondere eettradities heeft? En of ze net als collega P. een collectie zotte horloges bezit?

Iedereen weet dat als je die eerste vijftien seconden niet benut, dat het momentum helemaal weg is. En dat het er dus nooit meer van zal komen. We blijven dus het vervolg van de treinrit zwijgend tegenover elkaar zitten. Jammer. Het meisje en ik waren vast vrienden geworden. En bij wijze van verwelkomingsgeste had ik ze gerust plaats 60 willen aanbieden in mijn persoonlijke vrienden-index.

7 december 2009

Een doodgewone avond in Seattle

Hoort bij: Uncategorized — ddries @ 8:01 am
Tags: , , , , ,

Ik ben in Canada geweest en in tegenstelling tot zeThomas, ben ik er écht geweest. Ik hield er een dagboekje bij dat dan ooit verwerkt zou geweest geworden zijn in een fotoboek en zo. Maar omdat de conceptuele fase daarvan iets langer duurt dan gedacht, krijgt u nu al een exclusieve voorpublicatie. Laten we beginnen met pakweg dag 21, toevallig niet in Canada maar net over de grens.

Pike Place Market in Seattle

[DAG 21] Een suite voor onze honeymoon. Dat was het oorspronkelijke plan voor Seattle, ingefluisterd door mijn bureaugenootje L. Maar omdat mijn organisatietalent het wel eens laat afweten, moeten we op zoek naar een alternatief. Aldus onze gps is het enige hostel in de buurt het Green Tortoise Hostel. We hopen dat er nog plaats is, en maken ons op voor een avondje Knorr (de winkels zijn al niet meer open) en een rustig boekje in de sofa. Maar dat is buiten de Green Tortoise gerekend.

Bij aankomst in de jeugdherberg worden we meteen getrakteerd op een gratis maaltijd (taco’s) en nog voor we goed en wel ons bord in de vaatwas gestopt hebben, vraagt de uitjesverantwoordelijke of we niet meegaan naar een jazzcafé. Waarom niet? Of we dollars hebben voor de bus? Euh, we hebben geen dollars tout court, maar vriend Mastercard weet altijd raad.

In het jazzcafé laat ik me in de luren leggen. De eigenaars zijn trots op hun collectie Belgische bieren. Ik kies voor Fat Tire, mij overigens onbekend. Een lekker Belgisch biertje, tot ik wat beter op het etiketje kijk. Daar staat New Belgium, of dus gebrouwen in Colorado.

Omdat ik nogal traag ben met een stoel kiezen, zijn ze natuurlijk al allemaal bezet en moet ik die bij een ander tafeltje gaan wegplukken. “Mag ik deze stoel lenen?” “Je mag ook hier komen zitten.” Tot verbazing van de ene, en tot de aangename verrassing van de ander ga ik bij hen aan het tafeltje zitten. Aan hun tafeltje besef ik waarom Amerikanen zo vriendelijk zijn. Ze hebben in een straal van 150 kilometer nauwelijks familie wonen, en dus moeten ze wel spontaan en open zijn ten opzichte van vreemden.

We worden getrakteerd op een échte Belgische topper, Wittekerke. Ik leg uit dat ze Stella in Engeland wifebeater noemen omdat het te veel alcohol bevat waardoor ze agressief worden, een wijsheid die in een eerdere jeugdherberg opgefrist werd door een Engelsman. Hij riposteert dat een wifebeater bij hen een marcelleke is, omdat de mannen in stacaravans ze altijd dragen en nogal eens opgepakt worden voor familievetes. We komen tot het besluit dat mannen met wifebeaters geen wifebeaters drinken.

Tussendoor zijn we getuige van een oude man met een hoepelact (Dries: “tristesse”, Nele: “homo-erotiek”), in een achterzaaltje van het café. De avond eindigt in de Noc-Noc, een bar met travestieten en gothics. Kortom, een doodgewone avond in Seattle.

3 december 2009

Groeten uit Blogoland, november 2009

Niet dat onze eigen inspiratie het laat afweten, wel integendeel. Ideeën te over, om nog te zwijgen over de bijdrages die al in collega P.’s hoofd zitten, maar vooralsnog wachten op de vrijlating. Maar uw dienaar vindt dat we niet steeds naar de eigen navel hoeven te staren, te meer omdat de blokjes van weleer op hun terugweg zijn.

Het zal je verbazen, maar naast deze stek zijn er nog goeie blogs die het verslijten van je ogen waard zijn. Hieronder vind je de béste bijdragen van de afgelopen maand uit Blogoland.

Ik hou van blogs die hun inspiratie halen uit het dagelijkse leven, omdat het net die kleine of grote verhalen zijn die een blog een blog maken. Gaat u dus rustig op een bankje zitten, met naast u een knikkebollende bejaarde in grijze kleren en voor u wat debiele duiven die zo dicht komen dat u ze makkelijk een stamp kan geven, althans dat dénkt u.

Moet dat in een zakske?
Het zal me worst wezen hoe u er over denkt, maar ik vind Colruyt en Aldi supermarkten voor mannen; Carrefour en Delhaize, dat is voor vrouwen. In de Colruyt moet je tenminste nog zelf jagen naar het voedsel terwijl de Delhaize iets meer weg heeft van bessen plukken. Mijnheer G. is een echte man, en hij houdt het dus bij de Colruyt. Maar wat als je tijdens de jacht je zakje niet openkrijgt? Tja, dan toch maar een bessenplukkende vrouw op de schouder tikken?

“Mevrouw, mag ik u eens iets heel onnozels vragen?” Ze gebaarde niet van nee, maar passioneel instemmen was het nu ook weer niet.

[Lees verder.]

Okselfaam zonder handen
Alice is er nog maar net, maar ze mag er best wezen. Ze gaat dan al eens in de Oxfam winkelen en wie zetten ze daar achter de kassa? Iemand zonder handen.

Betalen. Oh god, betalen. Het is nog 3,95 euro, bovenop de bon. Als ik een briefje van 5 geef kan hij het gemakkelijk aannemen (maar waar leg ik het? Op de toonbank weer? Of tussen zijn kin en schouder?) maar moet hij wisselgeld teruggeven. Ik besluit te passen. Een muntje van 2, eentje van 1, eentje van 50 cent, twee van 20, fuck, fuck, ik ben slecht bezig, hij moet ze een voor een naar zich toe schuiven, ik kijk recht op zijn kruin. Hij blijft glimlachen alsof zijn leven ervan af hangt en…

[Lees verder.]

Een scheet in de papfles
Pietel heeft een kleine pietel op de wereld gezet. Uiteraard heeft zijn vriendin dat gedaan, maar naar verluidt zou hij er ook voor iets tussen gezeten hebben. ’s Ochtends dus naar de crèche, maar tussen de dames van dertig en de heren met pak en Volvo voelt hij zich toch niet helemaal thuis.

Ik knik vriendelijk terug naar die mama’s. Vrouwen van dertig en meer. Ik speel het spelletje mee en val niet op. Zij gaan naar hun werk, met hun verzorgde kleren in hun gezinswagen. Ik doe alsof ik volledig geïntegreerd ben. En dan zie ik de stagiairs en denk ik:

[Lees verder.]

Drie gaten in de bal, één in het hoofd
Choinowski, die buiten zijn weten al eens Sjef wordt genoemd, wordt geïnviteerd op een spelletje bowling door zijn goede vriend Van Petten. Hij komt eigenlijk uit een familie van kegelaars, maar omdat er ook twee vermoedelijk niet onknappe meiden van de partij zijn zegt hij niet nee.

Vrouwen in combinatie met zware ballen, een gladde parketvloer en alcohol (”Ze zuipen als een tempelier”, zei Eduard en hij kon het weten zijn vader was namelijk een tempelier ergens in Bhutan) als daar op zijn minst geen smalende glimlach in zit weet ik het ook niet meer. Op die bewuste donderdagavond begaf ik me richting Buffalo Bowling. Ik arriveerde op een plaats van bestemming, haalde een halve rhododendronstruik tussen mijn wielen vandaan, zette mijn snorfiets tegen een fontein,

[Lees verder.]

30 november 2009

Dikkejassendag is onzin

Collega P. lanceerde hier vorige week dikkejassendag, de dag waarop alle Vlaamse en Nederlandstalige vrouwen de rokjes terug in de kast hangen en hun zomerse decolleté zedig bedekken.

Een prachtige term voor een fenomeen dat iedereen intuïtief aanvoelt. Dus dacht ik, waarom deze mooie term niet verder lanceren? Ik maakte een Wikipediapagina aan, waarin ik netjes opschreef wat dikkejassendag dan wel betekent. Nu de Wikipediapolitie op apegapen ligt, zou dit ook wel door de mazen van het net glippen.

Slechts vijf minuten had ene Fred nodig om de bezemsteel boven te halen: de pagina kwam in aanmerking voor verwijdering. Zijn oordeel was hard: onzin.

561

Ach, collega P., niet getreurd. Het zou pas erg zijn als het begrip onmiddellijk aanvaard was. Nu kunnen we dikkejassendag bijschrijven op het lange lijstje van revolutionaire uitvindingen die initieel op hoongelach onthaald werden. Om er maar enkele te noemen:

“Who the hell wants to copy a document on plain paper???!!!” (over de Xerox kopiemachine)
“This is typical Berlin hot air. The product is worthless” (over de aspirine)
“I think there is a world market for maybe five computers.” (quote directeur IBM)
“Who the hell wants to hear actors talk?” (Warner (die van Warner Brothers) over geluid bij films)

Het lijdt geen twijfel dat dikkejassendag over vijf jaar een eigen, onuitwisbare, Wikipediapagina heeft. Dan kunnen wij er smalend het conservatieve karakter van Wikipedia in de verf zetten, door er aan toe te voegen dat dit begrip vijf jaar eerder gewist werd op ditzelfde medium. Als Wikipedia er dan nog is, tenminste.

26 november 2009

De Smet, Met Twee Woorden En Een Thee

Ik denk niet dat het u interesseert, maar ik ga door het leven als Dries De Smet. Ik heb daar zelf niet voor gekozen, mijn ouders slechts voor de helft. Al bij al heb ik daar niet over te klagen. Of toch?

De Smet, dat is een simpele en duidelijke naam, die echter zelden correct genoteerd wordt. Mijn volledige familienaam is dan ook “De Smet Met Twee Woorden En Een Thee”. Een toptien naam in België, net zoals het verwante Smith (nummer 1 in Engeland, Verenigde Staten en Australië), Schmidt (nummer 2 in Duitsland) en Ferrari (nummer 3 in Italië). Voor sommigen is de naam té simpel. Zo heb ik ooit een lief gehad wiens moeder het bestierf toen ze vernam dat haar potentiële kleinkinderen zo’n lelijke en banale familienaam zouden moeten dragen. Wat later heeft dat lief het ook uitgemaakt, al laat ik in het midden of dat de reden was.

Dries, ook een simpele en duidelijke naam. Afkomstig van Andreas, die dan wel een apostel was, maar op zijn minst aan een hip kruis gestorven is. Alleen jammer dat de naam moeilijk uit te spreken is. Niet-Nederlandstaligen verzinnen er grappige varianten op (Draaais! Drizz!) en voor kutkoters (Brugs voor kinderen) ben ik onveranderlijk Djies. Maar het ergste van al is dat ik mijn eigen naam niet kan uitspreken. De dames aan de overkant van de balie of de telefoonlijn vragen steevast als ik mijn naam doorgeef: “Is dat met een C of een K”?

Maar het helpt om te weten dat er nog meer mensen zijn die dit lot dragen. Ik heb ooit eens uitgerekend dat we met 23 moeten zijn. Daarvoor heb ik gewoon de kans op een Dries vermenigvuldigd met de kans op een De Smet, maal de Belgische bevolking. Dat is een lichte overschatting, want er zijn wel Walen die De Smet heten, maar de eerste Waal die Dries heet, moet ik nog tegenkomen. Enfin, dat compenseert dan voor het feit dat er misschien ook wel een Nederlander met mijn naam rondloopt. En voor het feit dat Dries populair is bij kleine ukjes (en dat zat dus niet in mijn berekening van een paar jaar geleden) en dat het geslacht De Smet behoorlijk productief is.

Alsof er nog niet genoeg Dries De Smet’s zijn in de wereld, heeft ene Ivo Victoria er nóg een op de wereld gezet. Niet dat ik Ivo Victoria ken, maar ik belandde op zijn blog dankzij deze blog. En een dag later, zag ik dat hij een boek heeft geschreven met, jawel, Dries De Smet in de hoofdrol (ik geef het toe, ik was mijn eigen naam aan het Googelen).

Hij schrijft:

‘Het was moeilijk te voorspellen hoe Dries De Smet zou reageren wanneer ik hem zou vertellen dat ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen gewonnen had.

Maar ik moest het doen.’

Het ziet er dus naar uit dat ik geen andere keus heb, dan het boek in de betere boekhandel te halen teneinde even te verifiëren of het boek of over mij gaat (wat ik betwijfel), of ik sterke gelijkenissen vertoon met het hoofdpersoon (wat ik eveneens betwijfel). Wie weet leest u dan hier later wel een recensie, maar als u daarop niet wil wachten, dan kan u berusten in de wel zeer lovende (ironietekentje) recensie van Herman B.

Voorwaar geen slechte tactiek om een boek te verkopen, lijkt me, om een veelvoorkomende naam in je boek te verwerken. Als ik ooit een boek schrijf, dan zal de hoofdpersoon, de flamboyante Marc Peeters, een buitenechtelijke relatie hebben met Marie Janssens. Zeer tegen de zin overigens van de Aramees sprekende intellectueel Luc Maes. En hoewel de verhaallijn voor Jan Mertens, een pastoor die tevens een kebabzaak openhoudt, nog niet geheel duidelijk is, als het moet dan figureert ook zijn meid en fervent zeilster Rita Jacobs in het boek. Ook al zuigt het boek nogal, als alle voorgenoemde naamgenoten het in huis halen, dan ben ik binnen voor de volgende vijf jaar.

Volgende pagina »

Blog op Wordpress.com.