Ik denk niet dat het u interesseert, maar ik ga door het leven als Dries De Smet. Ik heb daar zelf niet voor gekozen, mijn ouders slechts voor de helft. Al bij al heb ik daar niet over te klagen. Of toch?
De Smet, dat is een simpele en duidelijke naam, die echter zelden correct genoteerd wordt. Mijn volledige familienaam is dan ook “De Smet Met Twee Woorden En Een Thee”. Een toptien naam in België, net zoals het verwante Smith (nummer 1 in Engeland, Verenigde Staten en Australië), Schmidt (nummer 2 in Duitsland) en Ferrari (nummer 3 in Italië). Voor sommigen is de naam té simpel. Zo heb ik ooit een lief gehad wiens moeder het bestierf toen ze vernam dat haar potentiële kleinkinderen zo’n lelijke en banale familienaam zouden moeten dragen. Wat later heeft dat lief het ook uitgemaakt, al laat ik in het midden of dat de reden was.
Dries, ook een simpele en duidelijke naam. Afkomstig van Andreas, die dan wel een apostel was, maar op zijn minst aan een hip kruis gestorven is. Alleen jammer dat de naam moeilijk uit te spreken is. Niet-Nederlandstaligen verzinnen er grappige varianten op (Draaais! Drizz!) en voor kutkoters (Brugs voor kinderen) ben ik onveranderlijk Djies. Maar het ergste van al is dat ik mijn eigen naam niet kan uitspreken. De dames aan de overkant van de balie of de telefoonlijn vragen steevast als ik mijn naam doorgeef: “Is dat met een C of een K”?
Maar het helpt om te weten dat er nog meer mensen zijn die dit lot dragen. Ik heb ooit eens uitgerekend dat we met 23 moeten zijn. Daarvoor heb ik gewoon de kans op een Dries vermenigvuldigd met de kans op een De Smet, maal de Belgische bevolking. Dat is een lichte overschatting, want er zijn wel Walen die De Smet heten, maar de eerste Waal die Dries heet, moet ik nog tegenkomen. Enfin, dat compenseert dan voor het feit dat er misschien ook wel een Nederlander met mijn naam rondloopt. En voor het feit dat Dries populair is bij kleine ukjes (en dat zat dus niet in mijn berekening van een paar jaar geleden) en dat het geslacht De Smet behoorlijk productief is.
Alsof er nog niet genoeg Dries De Smet’s zijn in de wereld, heeft ene Ivo Victoria er nóg een op de wereld gezet. Niet dat ik Ivo Victoria ken, maar ik belandde op zijn blog dankzij deze blog. En een dag later, zag ik dat hij een boek heeft geschreven met, jawel, Dries De Smet in de hoofdrol (ik geef het toe, ik was mijn eigen naam aan het Googelen).
Hij schrijft:
‘Het was moeilijk te voorspellen hoe Dries De Smet zou reageren wanneer ik hem zou vertellen dat ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen gewonnen had.
Maar ik moest het doen.’
Het ziet er dus naar uit dat ik geen andere keus heb, dan het boek in de betere boekhandel te halen teneinde even te verifiëren of het boek of over mij gaat (wat ik betwijfel), of ik sterke gelijkenissen vertoon met het hoofdpersoon (wat ik eveneens betwijfel). Wie weet leest u dan hier later wel een recensie, maar als u daarop niet wil wachten, dan kan u berusten in de wel zeer lovende (ironietekentje) recensie van Herman B.
Voorwaar geen slechte tactiek om een boek te verkopen, lijkt me, om een veelvoorkomende naam in je boek te verwerken. Als ik ooit een boek schrijf, dan zal de hoofdpersoon, de flamboyante Marc Peeters, een buitenechtelijke relatie hebben met Marie Janssens. Zeer tegen de zin overigens van de Aramees sprekende intellectueel Luc Maes. En hoewel de verhaallijn voor Jan Mertens, een pastoor die tevens een kebabzaak openhoudt, nog niet geheel duidelijk is, als het moet dan figureert ook zijn meid en fervent zeilster Rita Jacobs in het boek. Ook al zuigt het boek nogal, als alle voorgenoemde naamgenoten het in huis halen, dan ben ik binnen voor de volgende vijf jaar.