Everything Dries Up

24 december 2009

De Scrooge in ons allen… De biecht van Collega P. in een treurig kerstverhaal

Gearchiveerd onder: peter,Varia — collegap @ 11:47 am
Tags: , , , , , , , , , ,

[Gastpost van Collega P.]

Rond kerstmis is het tijd om Jozef en Maria in een stal te zetten en de kerstverhalen ervan te halen. Melige praat is eens per jaar toegelaten, zeker als, zoals vandaag, de temperaturen het nulpunt niet bereiken en er eindelijk nog eens een dikke laag sneeuw zich in het land heeft genesteld, niet van plan om zomaar te gaan.

Door die sneeuw ploegde ik nu door de stad toen ik een man passeerde, die met een gore-tex regenjas en een rugzak op het voetpad wandelde. In het voorbijgaan mompelde hij me toe:
-‘Vous parlez français, monsieur?’

Het is vreemd maar mijn gevoel zei me meteen dat er iets niet pluis was. Was het de niet-engagerende bijna hopeloze en tegelijk onderdanige toon die mij deed terugdeinzen en onmiddellijk de gedachte –bedelaar- door mijn hoofd liet flitsen? Waarom hebben bedelaars toch die gewoonte aangeleerd om een totaal andere toon aan te slaan dan wanneer u of ik iemand op straat aanspreekt? Zijn ze misschien door de jaren heen gewend geraakt aan een generische afwijzing van bijna iedereen?

De toon bracht bij mij in elk geval die automatische afwijzing op gang.
- ‘Non’. Zei ik naast de waarheid, terwijl ik de flagrante inconsequentie om tegelijk inhoudelijk op zijn vraag te antwoorden negeerde.

Ik liep verder en plots klikte er iets in mijn hoofd. Bedelaars zitten meestal ergens langs de kant van de straat, ze lopen niet rond en al zeker niet in de stevige tred van die man, zo ging het stereotiep in mijn hoofd. Bovendien had hij een gore-tex jas en een degelijke rugzak… Ik draaide mij dus toch om en keek hem vragend aan.

Hij begreep de hint meteen:
-‘Vous parlez français, monsieur?’
-‘Euh, je peux vous aider?’ bracht ik in mijn beste Frans uit.
- ‘Vous avez peut-être un euro pour moi?’
Damn. Ik voelde mij bedrogen door mijn eigen gevoel. ‘Je eerste gedacht is meestal je beste gedacht’ zo vertelde mijn juffrouw in de lagere school me. Maar ook toen al was ik eigenwijs.

-‘Je n’ai pas d’argent chez moi’
Dju, mijn tweede leugen in minder dan één minuut tijd.

Ik liep door verder naar mijn werk, maar binnen in de warmte en over de sneeuwvlakte uitkijkend kreeg ik diepe spijt… Wat is in godsnaam een euro? Ik nam mijn portefeuille, die heel de tijd gewoon in mijn achterzak had gestoken, en liep terug naar buiten, op zoek, maar de man was verdwenen.

Sinds toen blijft zijn gezicht, en meer nog de druppel van zijn neus droop door het vele lopen door de kou, mij door het hoofd spoken. Het was een gewoon gezicht zoals dat van u en ik.

Was de ijzige koude of dat moment van twijfel over ’s mans levensvoorziening die mij ertoe bracht om hem, en meteen ook alle bedelaars voor het eerst sinds lang terug als echte mensen te zien, die op hun levenspad een moeilijke afslag genomen hebben, in plaats van gewoon een hinderlijke afleiding?

Collega K. sprak terecht van Levinas, en het ‘gelaat van de ander’, toen ik bij hem als eerste mijn hart luchtte, terwijl ik aan de snoepautomaat met de uitgespaarde euro toch maar mooi een Snickers kocht. Het appèl van het gelaat van de ander in zijn lijden is wat moreel besef brengt en mij verantwoordelijk maakt, zo stelt Levinas, maar dan in een nog veel onbegrijpelijkere taal. Het gezicht van de zwerver in mijn geval, dat nu voor het eerst echt zag.

Bedelaars zijn niet mijn persoonlijke verantwoordelijkheid, dat weet ik ook wel. En ik kan ze niet allemaal helpen. Het koninklijk paleis is daar trouwens veel geschikter voor.
Maar die ene euro had ik hem toch wel kunnen gunnen.

Die avond heb ik dan maar op het perron een doosje truffels van Oxfam gekocht, in de ijdele hoop wat van mijn karma terug te winnen. Het hielp niet. De trein had minstens een kwartier vertraging.

14 december 2009

Valt Brabo op zijn sjokkedeizen?

Na ons geslaagde zomerseizoen met Antwerp by Bike bleef er slechts één prangende vraag over: valt Brabo stomweg op zijn smoel?

Brabo, een verre neef van Julius Caesar, hakte de hand van de reus Antigoon af en redde zo Antwerpen van zijn terreur. Om hun dankbaarheid te uiten, plaatsten de Antwerpenaren een beeld van Brabo op de grote markt.

Op zich is dat geen bijzonder beeld, tot je de worp van Brabo probeert na te bootsen, zo merkte een collega-gids op. Als je van plan bent om met je rechterhand te werpen, lijkt het logisch om op je linkerbeen te staan. Maar Brabo staat op dus zijn rechterbeen. Probeer dat zelf maar eens. Hop, van die luie stoel en hard met rechts gooien terwijl je op je rechterbeen staat. Onvermijdelijk val je naar voor of struikel je.

Maar Harm, een snuggere Bruggeling en voormalig atleet, merkte tijdens een fietstocht op dat de rechts-rechts-combinatie helemaal niet zo ongewoon is in werpsporten zoals kogelstoten. Die technieken (glide en spin) lijken echter van recente datum (jaren 1950 of 1970), terwijl het beeld er al 120 jaar staat.

Dus bleven we met de vraag zitten: heeft de beeldhouwer Jef Lambeaux zich schromelijk vergist, of past Brabo een techniek toe die zijn tijd ver vooruit was?

Om het pleit te beslechten, trokken we naar de dienaren der wetenschap, en jawel, we kregen antwoord van Arthur Spaepen, hoogleraar Bewegingscontrole en Neuroplasticiteit aan de Katholieke Universiteit Leuven.

“De ervaring die mensen aangeven [lees verder]

9 december 2009

Vriendin nummer 60

Gearchiveerd onder: Uncategorized — ddries @ 7:11 pm
Tags: , , , ,

Met collega K. is het altijd dolletjes op de trein. We babbelen over ‘t een en ‘t ander en terug. En vervolgens nog eens over ‘t ander en ‘t een en terug. Ook het meisje tegenover ons vond het wel dolletjes en kon haar glimlach herhaaldelijk niet onderdrukken.

Omdat K. Nekkerspoel verkiest boven Antwerpen, scheiden onze wegen, maar net voor het afscheid laat ze een net opgemerkt berichtje zien van een vriendin die ook op de trein zou zitten. Daarvoor is het nu te laat, maar wat ziet mijn lodderig oog? Collega K. nummert haar vrienden. Ik herhaal: collega K. nummert haar vrienden. Echt waar, het staat er zwart op geel: Katrien 60. (Nu mag K. wel beweren dat 60 haar familienaam is, tarara, goed geprobeerd.)

Kan u zich voorstellen hoe het er bij collega K. ‘s avonds aan toe gaat?

    - haar vriend (met de intonatie van Jan Becaus): En K., hoe staat het met de vrienden-index?
    - K., (met de intonatie van Martine Tanghe): Dank je voor de vraag, schatje. Het was een woelige dag voor de vrienden-index. Deze ochtend kwam ik nummer 42, Vincent, tegen in het station. Hij negeerde mij straal, waardoor hij zestien plaatsen in de rangschikking zakt. Collega X. hield dan weer galant de deur voor mij open, waardoor hij zeven plaatsen stijgt, ten koste van die zeven andere natuurlijk die een plaats zakken. Katrien heb ik vandaag helaas niet gezien maar dankzij haar smsje klimt ze toch één plaatsje naar nummer 59. Terug over naar jou.
    - haar vriend: Dank je K. Na de turbulente dag gisteren, was het bij mij een uitzonderlijk rustige dag. Behalve de woorden ‘Club Kaas, nee zonder ajuin, en ook geen ei’ heb ik deze dag nog niets gezegd. De enige stijger is dus de Koerd van de broodjeszaak. Hij staat nu op nummer 2195. En uiteraard sta jij alweer steviger aan de leiding!

K. verlaat de trein, het moment om een gesprekje aan te knopen met het herhaaldelijk glimlachende meisje. Maar ik durf niet goed. Nochtans kan ik haar makkelijk vragen of ze ook Chinees spreekt. Of de sint bij haar nog langskomt? Of ze ook bijzondere eettradities heeft? En of ze net als collega P. een collectie zotte horloges bezit?

Iedereen weet dat als je die eerste vijftien seconden niet benut, dat het momentum helemaal weg is. En dat het er dus nooit meer van zal komen. We blijven dus het vervolg van de treinrit zwijgend tegenover elkaar zitten. Jammer. Het meisje en ik waren vast vrienden geworden. En bij wijze van verwelkomingsgeste had ik ze gerust plaats 60 willen aanbieden in mijn persoonlijke vrienden-index.

7 december 2009

Een doodgewone avond in Seattle

Gearchiveerd onder: Uncategorized — ddries @ 8:01 am
Tags: , , , , ,

Ik ben in Canada geweest en in tegenstelling tot zeThomas, ben ik er écht geweest. Ik hield er een dagboekje bij dat dan ooit verwerkt zou geweest geworden zijn in een fotoboek en zo. Maar omdat de conceptuele fase daarvan iets langer duurt dan gedacht, krijgt u nu al een exclusieve voorpublicatie. Laten we beginnen met pakweg dag 21, toevallig niet in Canada maar net over de grens.

Pike Place Market in Seattle

[DAG 21] Een suite voor onze honeymoon. Dat was het oorspronkelijke plan voor Seattle, ingefluisterd door mijn bureaugenootje L. Maar omdat mijn organisatietalent het wel eens laat afweten, moeten we op zoek naar een alternatief. Aldus onze gps is het enige hostel in de buurt het Green Tortoise Hostel. We hopen dat er nog plaats is, en maken ons op voor een avondje Knorr (de winkels zijn al niet meer open) en een rustig boekje in de sofa. Maar dat is buiten de Green Tortoise gerekend.

Bij aankomst in de jeugdherberg worden we meteen getrakteerd op een gratis maaltijd (taco’s) en nog voor we goed en wel ons bord in de vaatwas gestopt hebben, vraagt de uitjesverantwoordelijke of we niet meegaan naar een jazzcafé. Waarom niet? Of we dollars hebben voor de bus? Euh, we hebben geen dollars tout court, maar vriend Mastercard weet altijd raad.

In het jazzcafé laat ik me in de luren leggen. De eigenaars zijn trots op hun collectie Belgische bieren. Ik kies voor Fat Tire, mij overigens onbekend. Een lekker Belgisch biertje, tot ik wat beter op het etiketje kijk. Daar staat New Belgium, of dus gebrouwen in Colorado.

Omdat ik nogal traag ben met een stoel kiezen, zijn ze natuurlijk al allemaal bezet en moet ik die bij een ander tafeltje gaan wegplukken. “Mag ik deze stoel lenen?” “Je mag ook hier komen zitten.” Tot verbazing van de ene, en tot de aangename verrassing van de ander ga ik bij hen aan het tafeltje zitten. Aan hun tafeltje besef ik waarom Amerikanen zo vriendelijk zijn. Ze hebben in een straal van 150 kilometer nauwelijks familie wonen, en dus moeten ze wel spontaan en open zijn ten opzichte van vreemden.

We worden getrakteerd op een échte Belgische topper, Wittekerke. Ik leg uit dat ze Stella in Engeland wifebeater noemen omdat het te veel alcohol bevat waardoor ze agressief worden, een wijsheid die in een eerdere jeugdherberg opgefrist werd door een Engelsman. Hij riposteert dat een wifebeater bij hen een marcelleke is, omdat de mannen in stacaravans ze altijd dragen en nogal eens opgepakt worden voor familievetes. We komen tot het besluit dat mannen met wifebeaters geen wifebeaters drinken.

Tussendoor zijn we getuige van een oude man met een hoepelact (Dries: “tristesse”, Nele: “homo-erotiek”), in een achterzaaltje van het café. De avond eindigt in de Noc-Noc, een bar met travestieten en gothics. Kortom, een doodgewone avond in Seattle.

Thema: Rubric. Blog op Wordpress.com.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.