Everything Dries Up

22 september 2010

“Liefje, ik zit opgesloten op het balkon”

Gearchiveerd onder: Uncategorized — ddries @ 2:47 pm

Het had niet veel gescheeld of fase 3 van het burenrampenplan was afgekondigd.

Heden werk ik in Duitsland, of toch halftijds. Dat wil niet zeggen dat ik slechts de helft van de dag werk – dat is sowieso het geval – maar dat ik slechts de helft van de tijd in Duitsland vertoef. De andere tijd verblijf ik nog steeds aan de oudste universiteit der Lage Landen.

Speciaal voor mijn eerste dag hadden ze hier de Duitse minister van Begroting uitgenodigd. Volgens de organisatoren waren er 400 aanwezigen, de politie bleef buiten wachten en hield bijgevolg geen tellingen.

Even had ik gedacht om mijn entree te maken zoals gestelde lichamen dat hier doen. Door de middengang schrijdend, en ondertussen willekeurig links en rechts knikkend. Ik hield me in en zette mij onzichtbaar achteraan. Ik had me per slot van rekening ook niet ingeschreven voor het event.

De minister van Begroting kreeg een marsepeinen spaarvarken als verjaardagsgeschenk. Een knipoog, dat had u meteen door, naar de besparingen die overal in Europa op til staan. Mijn welkomstgeschenk eerder op de dag moest voor het zwijn niet onderdoen. Ik kreeg vier bureaus toegewezen, weliswaar sequentieel.

Over zijn toespraak kan ik kort zijn. Ten eerste zijn de Duitsers goed bezig. Ten tweede moeten de banken meer belastingen betalen. En in tegenstelling wat u zou denken, zijn er maar twee landen in Europa: Duitsland en Frankrijk.

Deze wijze woorden overpeinzend, kwam ik thuis. Tot mijn verbazing trof ik er enkel het vrolijke hondje aan. Nochtans stonden de lichten en de oven aan, wat deed vermoeden dat N. ook thuis was.

Na controle van alle vertrekken, moest ik echter het tegenovergestelde besluiten, en bij het vinden van een lauwe lasagne in de oven, voelde zelfs mijn eksteroog dat er iets loos was.

Ik diepte mijn gsm op, en warempel, daar stond “Liefje, ik zit opgesloten op het balkon. Kom je me redden?” Ik snelde aldus naar het terras, waar behalve enkele tuinmeubels niets te vinden was. Angstig keek ik naar beneden, maar ook daar was niets of niemand te bespeuren, zelfs geen tuinmeubels.

Rampscenario’s spookten door mijn hoofd, maar die werden snel uitgewist toen ik bij onze buren aanbelde. Jawel hoor, daar kwam N. tevoorschijn. Na drie uur wachten, was ze over een dak en twee omheiningen geklauterd, en vervolgens binnengelaten door onze buren.

Eerst had ze nog een vluchtroute door middel van een sprongetje overwogen, maar die poging werd onderschept door de schuinonderbuurvrouw. Meteen werd fase 1 van het burenrampenplan afgekondigd: de buren naast ons werden verwittigd, en een gsm werd over een muurtje gehesen om mij te kunnen bereiken – wat uiteindelijk niet lukte. Daaropvolgend trad fase 2 in werking: de buurvrouw schuinboven begon ter plekke Duitse cakejes te bakken, want na twee uur op het balkon zou N. wel eens kunnen verhongeren.

Het had niet veel gescheeld, of ze hadden fase 3 van het plan gelanceerd: de brandweer. Zo ver kwam het gelukkig niet, maar een dekentje werd wel nog over de muur gegooid. Tegen de koude, wel te verstaan, niet als vluchtmiddel.

Zodra N. in veilige handen was, brachten we het dekentje terug naar onze schuinonderbuurvrouw. Na het obligate vreugdedansje werden we uitgenodigd om ééntje te drinken, wat we uiteraard niet durfden afslaan. We klonken op de redding en op mijn eerste werkdag en dronken cognac alsof het icetea was.

Nadat een Babylonische spraakverwarring opgelost was (Genf (Geneve) is niet gelijk aan Gent!), trokken we huiswaarts, alwaar het vrolijke hondje nog steeds de wacht hield.

Al bij al was het een rustige eerste dag, hier in Duitsland.

8 september 2010

Vijfduizend euro en nog wat debiele vogeltjes

Gearchiveerd onder: Uncategorized — ddries @ 8:07 am

Als u vandaag nog geen spannend avontuur beleefd hebt, dan raad ik u aan om even bij De Post binnen te springen.

Vriendin C. ging laatst doodgewoon vijfduizend driehonderd en een klets euro’s halen in het postkantoor. Een milde gift van de Vadertje Staat omdat C. zo vriendelijk was om te veel belastingen te betalen.

Nu ja, zo doodgewoon is dat nu ook weer niet, maar de vrienden van de fiscus bieden slechts twee mogelijkheden. Of u haalt het cash op in het postkantoor. Of u vult een resem papieren in en maakt wat kopietjes van de nodige documenten. Omdat u bij die laatste mogelijkheid toch ook in het postkantoor moet zijn om postzegels in te slaan, is de keuze snel gemaakt.

Als de postbode haar het briefje brengt waarop staat dat ze de niet zo ronde som mag gaan afhalen, haast ze zich meteen naar waar het briefje vandaan komt. Je weet maar nooit dat de Belgische schatkist net dié middag leeg zou raken.

In het postkantoor aangekomen trekt ze een nummertje, maar ze is niet de enige die aan de tombola deelneemt. Vermoedelijk heeft De Post weer een reeks postzegels met debiele vogeltjes uitgegeven, want het is aanschuiven geblazen.

Wanneer C. eindelijk aan de beurt is, schuift ze subtiel het briefje over de comptoir van loket nummer één. Alsof ze in de apotheker stond, om een middeltje te halen voor de syfilis van haar man. De dame achter de comptoir kijkt enigzins verbaasd, niet zozeer omwille van het hoge bedrag, maar omdat ze de eerste is die die middag géén postzegels met debiele vogeltjes moet hebben. “Ja, maar zoveel heb ik niet,” mompelt de dame enigszins bedeesd.

Haar stem verheffen kan ze nochtans als de beste. Boven haar hoofd wapperend met het briefje, trekt ze de aandacht van haar collega aan loket nummer zeven. “DIE MADAM MOET HIER VIJFDUIZEND DRIEHONDERD EN EEN KLETS EURO’S HEBBEN.” En vervolgens geheel overbodig tot C., die nochtans niet aan beginnende, laat staan aan eindigende, doofheid lijdt, “u wordt verder geholpen aan loket nummer zeven”.

Op haar beurt enigszins bedeesd baant C. zich een weg tussen de horden filatelisten. Gelukkig wordt ze gerustgesteld door de begrijpende blik van een hoogbejaarde dame. Haar man zaliger heeft vast ook nog syfilis gehad, in de tijd toen daar nog geen middeltjes voor bestonden.

“Bij welke bank heeft u een rekening, mevrouw?” vraagt de loketbediende, duidelijk geamuseerd dat híj nu de macht heeft om een transactie van meer dan tweehonderdduizend Belgische franken in goede banen te leiden. C. noemt één van de grootbanken die ondanks de aanwezigheid van een ex-premier in het bestuur vorig jaar ei zo na op de fles ging. “En heeft u daar een spaarrekening?” C. antwoordt bevestigend. “En hoeveel interest krijgt u daarop?” Ietwat verbaasd over het kruisverhoor, mompelt C. “Dat weet ik niet, meneer.”

Maar zo gemakkelijk komt u er bij een postbediende niet van af. “Nee, maar serieus, hoeveel krijgt u?” C. reageert deze keer al iets koeler. “Dat gaat u niet aan!” De postbeambte is niet onder de indruk en bladert even in een foldertje. “Hier, krijgt u zo veel?”, wijzend naar de astronomisch hoge tarieven die de Bank van de Post biedt. “Ik dacht het niet”, voegt hij er triomfantelijk aan toe.

Geheel in zijn nopjes gaat hij de biljetten halen. Om er zeker van te zijn dat hij zich niet misteld heeft, laat hij de nieuwe stroom postzegelverzamelaars meetellen. “DAT IS DAN VIJFHONDERD. DUIZEND. DUIZEND VIJFHONDERD…” (dertig seconden later) “VIJFDUIZEND DRIEHONDERD EN EEN KLETS EURO”.

Nog voor hij kan vragen of C. ook nog postzegels met debiele vogeltjes moet hebben, loopt C. het postkantoor uit, richting grootbank. De vrienden filatelisten blijven verdwaasd achter, zwijmelend bij de gedachte aan het aantal postzegelalbums die ze kunnen vullen met de som die net buitenwandelt.

Thema: Rubric. Blog op Wordpress.com.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.